- Begrippen
>
begin website <
- Elke dag gaan meer dan
anderhalf miljoen kinderen naar de basisschool of het speciaal onderwijs:
dat is bijna 1 op de 10 inwoners. De verzamelnaam voor deze vormen van
onderwijs is primair onderwijs. Hier zetten kinderen hun eerste stap in het
leren op school. Leren ze rekenen en schrijven, omgaan met elkaar. Worden ze
uitgedaagd en geprikkeld. Door de hele school heen worden toetsen afgenomen
om de vorderingen van de leerlingen te kunnen volgen. Maar het is de gehele samenleving die kinderen
vormt en opleidt. Sámen met de ouders en onder andere welzijns-, sport- en
zorgvoorzieningen biedt het primair onderwijs kinderen de kans zich zo goed
mogelijk te ontwikkelen.
-
-
- Adaptief onderwijs is
onderwijs dat is aangepast aan de mogelijkheden en behoeften van de
individuele leerling. Het gaat dus om een kindgerichte aanpak van het
onderwijs, die vooral door de invoering van de basisschool in 1985 en
het project “Weer Samen Naar School” sterk aan betekenis heeft gewonnen.
Voorwaarde is een positief pedagogisch klimaat en het nemen van concrete
onderwijsmaatregelen zoals differentiatie en het verlenen van
orthodidactische hulp.
-
p
CAO ONDERWIJS
De CAO Onderwijs is het resultaat van onderhandelingen tussen de minister van Onderwijs en de centrales voor Overheids- en Onderwijspersoneel. Overleg over secundaire arbeidsvoorwaarden is ‘gedecentraliseerd’; hierover wordt door de centrales rechtstreeks onderhandeld met de werkgevers(-organisaties). Dit resulteert in zgn. sector-CAO’s, bijvoorbeeld de CAO Primair Onderwijs (CAO PO).
In deze sector-CAO worden afspraken gemaakt over werktijden, taakbelasting, verlof en andere secundaire
arbeidsvoorwaarden. Download >>
hier
<< de CAO-PO voor 2002-2004 (Word-document).
-
-
p
CITO-TOETS
Alhoewel een eindtoets niet is verplicht, maken jaarlijks veel
basisschoolleerlingen in groep acht de citotoets. Deze eindtoets
basisonderwijs wordt ontwikkeld door de Citogroep. De toets geeft informatie
over de kennis van de individuele leerling en scholen kunnen de toets
gebruiken om hun schoolresultaten te vergelijken met andere scholen. Verder
gebruiken de basisscholen de uitkomst van de toets, naast het oordeel van de
leraar, meestal als onderdeel van het onderwijskundig rapport dat zij als
advies voor het voortgezet onderwijs moeten opstellen.
-
- De belasting(dienst) biedt de werkgever de mogelijkheid zijn werknemers een fietsregeling aan te
bieden. Dat wil zeggen dat er voor werknemers die vaak met de fiets naar hun werk komen, een fiscaal voordelige regeling mogelijk is voor het aanschaffen van een
fiets. Om in aanmerking te komen voor deze regeling moet de werknemer een zgn."fietsverklaring" invullen. Daarin verklaart de werknemer dat hij/zij minstens de helft van het aantal keren van het woon-werkverkeer gebruik maakt van de fiets. De
werkgever bevestigt deze verklaring. Download >>
hier
<<
meer informatie over de regeling (PDF-document).
-
p
INFORMATIE- EN
COMMUNICATIETECHNOLOGIE (ICT)
Het computergebruik op
school wordt steeds normaler en neemt nog steeds toe. Die toename sluit
uitstekend aan bij de vernieuwingen in het onderwijs. Daarom verschuift het
doel van informatie- en communicatietechnologie (ict) in het onderwijs van
de invoering naar verbetering van het gebruik in de praktijk. Concreet komt
het accent te liggen op de verdere scholing van docenten, stimulering van
samenwerking, het beschikbaar en toegankelijk maken van voldoende educatief
lesmateriaal en aansluiting van scholen op kennisnet.
-
p
INSPECTIE
De Inspectie van het Onderwijs bewaakt de kwaliteit van het onderwijs op
scholen en onderwijsinstellingen. De inspectie gaat na of leerlingen leren
wat ze moeten leren en of ze passende begeleiding krijgen. Om dat te kunnen
beoordelen legt de inspectie schoolbezoeken af. Dat doet ze op een
systematische en open manier. Dat wil zeggen: de inspectie plant jaarlijks
de schoolbezoeken; scholen weten wanneer de inspectie op bezoek komt;
scholen weten waar het toezicht uit bestaat; de inspectie legt de resultaten
van een bezoek vast in een openbaar schoolrapport.
-
p
INTEGRAAL
PERSONEELSBELEID (IPB)
Door een goed personeelsbeleid te voeren, werken mensen met
meer plezier op een school en wordt het aanzien van het onderwijs verbeterd.
IPB gaat uit van de opvatting dat de mensen het kapitaal van een organisatie
vormen. Door mensen perspectief en persoonlijke groei te bieden, kun je
personeel vasthouden en werven. Integraal Personeelsbeleid wordt omschreven
als "het systematisch in beeld brengen en afstemmen van de kennis en
bekwaamheden van het personeel op de door henzelf geformuleerde
onderwijsinhoudelijke doelen en de doelen van de organisatie."
-
p
KERNDOELEN
Wat moet een leerling aan het eind van de basisschool kennen en kunnen? Dat
staat beschreven in kerndoelen. Er zijn kerndoelen voor vakken - zoals
Nederlands - en voor algemene vaardigheden, bijvoorbeeld sociaal gedrag.
Bepalend voor de inhoud van de kerndoelen is de vraag wat een leerling aan
kennis en vaardigheden nodig heeft voor een succesvolle toekomst in
vervolgonderwijs en maatschappij. Momenteel worden de kerndoelen, op onder
andere dit punt, herzien. Daarbij is het belangrijk een goede balans te
vinden tussen een brede algemene vorming enerzijds en keuzeruimte voor
scholen anderzijds.
- Het leerlingenstatuut is
een reglement van de school waarin de rechten en plichten van alle
leerlingen staan. Het leerlingenstatuut is een openbaar stuk. Het moet
dan ook op school ter inzage liggen. Download
>>
hier << het
Leerlingenstatuut (Word-document)
-
-
p
LEERPLICHT
Kinderen in Nederland hebben de plicht om naar school te gaan.
Een kind mag naar school op de dag dat het 4 jaar wordt. Een kind moet
naar school op de eerste dag van de nieuwe maand na zijn of haar vijfde
verjaardag. Als een kind bijvoorbeeld in maart vijf jaar wordt, moet het op
1 april van dat jaar naar school. De volledige leerplicht duurt tot en met
het schooljaar waarin de jongere zestien wordt. Een jongere die bijvoorbeeld
in maart 16 is geworden, is verplicht het schooljaar af te maken. Het
wetsvoorstel om de leerplicht te verlagen van 5 naar 4 jaar wordt
ingetrokken.
De leerplichtverlaging gaat dus niet door.
p
LESUREN
In het basisonderwijs mogen leerlingen niet meer dan 5,5 uur per dag naar
school. Bovendien geldt voor leerlingen uit de groepen één tot en met vier
dat zij minimaal 3520 uur onderwijs krijgen in die eerste vier jaar. Voor
leerlingen uit de groepen vijf tot en met acht is dat minimaal 4000 uur in
de laatste vier jaar op de basisschool.
p
LUMPSUM
In het primair onderwijs wordt per
1 augustus 2006 lumpsumfinanciering ingevoerd. Met de invoering van lumpsum geeft de overheid bestedingsvrijheid aan
scholen. Schoolbesturen krijgen een bepaald bedrag en maken zelf uit hoe ze
dat besteden. Zo kunnen scholen hun beleid en onderwijs beter afstemmen op
de situatie op en rond de school. De invoering van lumpsum in het primair
onderwijs maakt deel uit van een breed pakket maatregelen onder de noemer
‘Autonomievergroting en deregulering’.
p
LWOO
Het leerwegondersteunend onderwijs is bedoeld voor leerlingen die extra
begeleiding behoeven in een van de leerwegen van het voorbereidend
middelbaar beroepsonderwijs. De leerling moet een leerachterstand van
minstens 1 1/2 jaar hebben op tenminste twee van de vier domeinen:
inzichtelijk rekenen, begrijpend lezen, technisch lezen en spelling. Ook
telt een leerachterstand t.g.v. sociaal-emotionele problematiek. Voor
VMBO-scholen is de LWOO-indicatie van belang omdat ze van de overheid
extra geld krijgen voor het verlenen van extra begeleiding. In het
laatste jaar van de basisschool vindt een toets plaats op de school voor
voortgezet onderwijs waar hij/zij zal worden aangemeld.
-
p
MEDEZEGGENSCHAP
Op elke school worden ingrijpende beslissingen genomen. Beslissingen die te
maken hebben met het onderwijs dat wordt gegeven of beslissingen die te
maken hebben met de school. Het ministerie van OCW vindt het belangrijk dat
alle betrokkenen hierover zoveel mogelijk kunnen meepraten. Daarom
beschikken scholen over een medezeggenschapsraad. De medezeggenschapsraad
bestaat uit vertegenwoordigers van het personeel, de ouders en/of de
leerlingen. Elk belangrijk besluit dat het bestuur wil nemen, moet worden
voorgelegd aan de medezeggenschapsraad. Op zijn beurt kan de
medezeggenschapsraad elk standpunt dat hij heeft, kenbaar maken aan het
bestuur. Gevraagd en ongevraagd. Gezamenlijke zaken die alle Hervormde
Scholen aan gaan worden besproken in de Gemeenschappelijke
Medezeggenschapsraad (GMR). Hierin hebben vertegenwoordigers uit alle
medezeggenschapsraden zitting.
-
p
MOBILITEITSPLAN
Het bestuur van de Stichting Hervormde Scholen te Katwijk aan Zee heeft voor
haar personeelsleden een mobiliteitsplan opgesteld ter voorkoming van
gedwongen ontslagen of werkloosheid, ten behoeve van het terugdringen van
het ziekteverzuim en ter bevordering van een flexibele organisatie.
Mobiliteit geschiedt in beginsel op vrijwillige basis. Tijdens de
functioneringsgesprekken die met de schooldirecteuren plaatsvinden, dient
aandacht te worden besteed aan mobiliteit, zowel binnen als buiten de
betreffende school. Zo kan een personeelslid op eigen verzoek worden
overgeplaatst naar een andere onder het bestuur ressorterende school en
worden vacatures op de Hervormde Scholen in eerste instantie door het eigen
personeel vervuld. Het bestuur verleent tevens medewerking wanneer een
personeelslid de carrière op een andere school wil voortzetten.
-
p
PASSEND ONDERWIJS
In de wet wordt geregeld dat schoolbesturen vanaf 2010 een zogenaamde
“zorgplicht” krijgen. Dat houdt in dat zij verantwoordelijkheid opgelegd
krijgen om voor alle leerlingen onderwijs te bieden dat bij hen past.
Dus ook voor de leerlingen die extra zorg nodig hebben. Als de school
waar het kind is aangemeld zelf de extra zorg niet geven kan, moet zij
zoeken naar een andere school die dat wel kan.
-
- De pc-privéregeling,
gestart op 1 januari 2001 is op 27 augustus 2004 weer afgeschaft. Met de regeling kon fiscaal gunstig een pc en
randapparatuur worden aangeschaft.
-
p
RUGZAK (LGF)
De Rugzak is een andere naam voor de wet op de leerlinggebonden
financiering (lgf-wet). Deze wet geeft ouders van een kind met een
handicap het recht om die school voor hun kind te kiezen die zij het
meest geschikt vinden. Dat kan een reguliere (gewone) school zijn of een
school voor speciaal onderwijs. De Rugzakwetgeving is bedoeld voor
kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs
en is gericht op onderwijskundige ondersteuning.
p
SCHAKELKLAS
Maximaal 15 basisschoolleerlingen met een grote taalachterstand zitten
gedurende één schooljaar in een aparte klas, waar ze intensief
taalonderwijs volgen. Het doel van een schakelklas is om de taalachterstand te
verminderen, waardoor de kans op een succesvolle schoolcarrière groter
en het risico van schooluitval kleiner wordt. Op de
protestants-christelijke Prins Mauritsschool in Katwijk is een
schakelklas gestart voor leerlingen uit de groepen 1 tot en met 8 van
het basisonderwijs. De klas is opgezet als gemeentebrede voorziening en
heeft dit schooljaar 15 leerlingen, verdeeld over vier niveaus.
-
-
p
SCHOLINGSBELEID
In het onderwijs zijn, vooral voor leerkrachten, de verticale
ontwikkelingsmogelijkheden betrekkelijk gering. Loopbaanontwikkeling moet in
het algemeen dan ook meer gezocht worden in "horizontale ontplooiing":
verdieping en specialisatie binnen het eigen vakgebied. Hierdoor blijft men
als vakbeoefenaar in ontwikkeling en kan het leraarschap blijvend
bevrediging bieden. Nascholingsfaciliteiten zijn bij uitstek geschikt om
deze horizontale ontplooiing mogelijk te maken. Dat is een van de redenen
waarom nascholing een vaste activiteit behoort te zijn, die binnen de
activiteitenplanning om permanente aandacht vraagt. Onder scholing verstaan
we alle activiteiten die tot doel hebben kennis en vaardigheden van
personeelsleden te verbeteren en verder te ontwikkelen.
-
-
p
SCHOOLBUDGET
VOOR ONTWIKKELING EN ONDERSTEUNING (O&O-GELDEN)
Sinds 1 augustus 2001 kennen we het zogenoemde schoolbudget.
Naast extra vergoedingen op basis van het schoolgewicht of het aantal
cumi-leerlingen, krijgen de scholen in het primair onderwijs in het komend
schooljaar een bedrag per leerling. Dit geld is voor iedere school vrij
besteedbaar, mits het wordt bestemd voor personele doeleinden. Enkele
voorbeelden daarvan zijn: kosten voor ondersteunend personeel, kosten voor
leraren-in-opleiding en hun begeleiders, gratificaties en extra periodieke
verhogingen, functiedifferentiatie, extra salariskosten in verband met
betaald ouderschapsverlof, nascholing en deskundigheidsbevordering van
personeel, integraal personeelsbeleid.
-
p
SCHOOLZWEMMEN
Op de meeste basisscholen in Nederland is schoolzwemmen al ingevoerd. Toch
blijken veel kinderen op die scholen geen zwemdiploma te hebben als ze de
school verlaten. Vanaf 2002 geeft het ministerie gemeenten daarom extra geld
om te bevorderen dat alle kinderen een zwemdiploma hebben als ze de
basisschool verlaten. Met dat geld kunnen gemeenten meer zwemlessen geven
aan kinderen die problemen hebben met leren zwemmen. Ook mogen zij het geld
gebruiken om ouders door voorlichting ertoe te bewegen hun kinderen al op
jonge leeftijd te leren zwemmen. De regeling geldt voorlopig voor drie jaar.
In eerste instantie komen alleen de 36 gemeenten in aanmerking waar de
meeste kinderen zonder zwemdiploma de basisschool verlaten.
p
VEILIGE SCHOOL
Veilige scholen zijn scholen waar kinderen veilig zíjn en waar zij zich
veilig vóelen. Veiligheid op school is dus meer dan veilige speeltoestellen
en een brandalarm - de fysieke veiligheid. Een veilige school is
bijvoorbeeld ook een school waar voorkomen wordt dat kinderen elkaar pesten
of discrimineren. En op een veilige school werken leerlingen samen met
docenten en ouders aan een goed sociaal klimaat - sociale veiligheid. Het
Ministerie ondersteunt scholen bij het verbeteren van alle vormen van
veiligheid, onder meer met campagnes als 'De veilige school', gericht op
sociale veiligheid op middelbare scholen, of 'Veiligheid op de basisschool:
werken aan een school zonder ongelukken', gericht op fysieke veiligheid op
basisscholen
p
VAKANTIE BUITEN DE VAKANTIES OM
Als een leerling gegronde redenen heeft om meer dan tien dagen te verzuimen
binnen een schooljaar, dan moet de leerplichtambtenaar daarvoor toestemming
geven. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente neemt de
uiteindelijke beslissing. Als het gaat om vakantie buiten de schoolvakanties
om, dan mag de schooldirecteur slechts één keer per schooljaar vrij geven
voor maximaal tien dagen. Deze regeling is bovendien uitsluitend bestemd
voor kinderen van ouders met een beroep dat het onmogelijk maakt binnen de
vastgestelde schoolvakanties met vakantie te gaan, denk aan de agrarische
sector of de horeca.
p
VOOR- EN
NASCHOOLSE OPVANG
Vanaf 1 januari 2007 wordt het schoolbestuur verantwoordelijk voor het
(laten) organiseren van de voor- en naschoolse opvang tussen 7.30 uur en
18.30 uur. Het schoolbestuur kan de opvang van de leerlingen op
verschillende manieren verzorgen. Het uitgangspunt is de wens om de
arbeidstijden van werkende ouders en de schooltijden van de kinderen goed op
elkaar te laten aansluiten.
-
-
p
VOOR- EN VROEGSCHOOLSE EDUCATIE (VVE)
Te vaak beginnen kinderen in groep één van de basisschool al met een flinke
(taal)achterstand ten opzichte van hun leeftijdgenootjes. Dat slechte begin
werkt vaak de hele schoolloopbaan door en beïnvloedt uiteindelijk ook de
latere maatschappelijke positie. Een vroege aanpak van (dreigende)
achterstanden is dus geboden. Doel van de voor- en vroegschoolse educatie
(VVE) is dat kinderen met zo min mogelijk achterstand in groep drie van het
basisonderwijs beginnen. Met andere woorden, met VVE maken zij een goede
start. VVE is onderdeel van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid.
Het VVE-beleid valt onder de verantwoordelijkheid van de ministeries van OCW
en VWS.
-
p
WEER SAMEN NAAR SCHOOL (WSNS)
Ongeveer één op de vijf kinderen op de basisschool heeft gedurende korte of
langere tijd extra zorg en begeleiding nodig. Ze hebben bijvoorbeeld moeite
met leren of gedrags- en opvoedingsproblemen. Maar ook hoogbegaafde
leerlingen vragen specifieke aandacht. Doel van Weer Samen Naar School is
dat kinderen de zorg en begeleiding die ze nodig hebben zo veel mogelijk op
de basisschool krijgen en daarvoor niet naar een andere school moeten. Als
blijkt dat het op de basisschool toch niet goed lukt, gaan kinderen - liefst
tijdelijk - naar een speciale school voor basisonderwijs.
-
p
WET BIO (WET OP DE BEROEPEN IN HET ONDERWIJS)
De Wet BIO -ingaand op i augustus 2006- zorgt ervoor dat elke leraar (en
straks ook onderwijsondersteuner en schoolleider) beschikt over een
basispakket aan vaardigheden. Het doel van de wet is de kwaliteit van ons
onderwijs blijvend te garanderen. Het is de bedoeling dat de scholen vanaf 1
augustus 2006 een bekwaamheidsdossier bijhouden van elke leraar. In dit
dossier worden de resultaten opgenomen van de afspraken die de werkgever met
de leraar maakt over het ontwikkelen en onderhouden van diens bekwaamheid.
Het kan gaan om het volgen van een cursus, maar bijvoorbeeld ook om coaching,
teamgesprekken of leren op de werkplek. Elk getuigschrift dat na deze datum
wordt uitgereikt, garandeert dat de eigenaar voldoet aan dit vastgestelde
pakket aan basisvaardigheden.